Verzoekt het college:
1. Concreet in beeld te brengen hoeveel agrarische bedrijven, woningbouwprojecten en andere initiatieven in Ooststellingwerf momenteel worden geraakt door stikstofproblematiek of onzekerheid over vergunningverlening, en de raad hierover te informeren;
2. Concrete mogelijkheden in beeld te brengen en te benutten om samen met de provincie Fryslân te voorkomen dat projecten en ondernemers tot de verdere uitwerking van het rijksbeleid in 2027 onnodig stil blijven staan;
3. Aan te geven wat de stoppersregeling voor concreet resultaat heeft opgeleverd voor het totale bedrijfsleven met betrekking tot de stikstofreductie;
4. Zich uit te spreken dat ondernemers die aantoonbaar stikstof willen reduceren niet door vergunning technische belemmeringen mogen worden tegengehouden, en dit nadrukkelijk bij de provincie te agenderen;
5. Bij de provincie te pleiten voor een gebiedsgerichte aanpak waarin naast natuurdoelen ook lokale omstandigheden, reeds gerealiseerde emissiereductie en sociaaleconomische gevolgen worden meegewogen;
6. Aan te geven wat het zoneringsbeleid gaat betekenen voor de omgeving van het Drents-Friese Wold en de omgeving van het Fochtelooerveen;
7. Een voortrekkersrol te vervullen in het samen optrekken met andere gemeenten in onze provincie waar vergelijkbare problematiek speelt, om een sterk blok te vormen, met een prominente positie voor Ooststellingwerf gezien de omvang van onze uitdagingen;
8. De provincie en het Rijk te vragen op welke wetenschappelijke gronden de zonering van 500 en 1000 meter is gestoeld, in het licht van de stelling dat er wetenschappelijk geen bewijs is dat bij een afstand van meer dan 250 meter geen bron meer is aan te wijzen, en de raad over dit antwoord te informeren;